De publieke ruimte is van iedereen. Pleinen, straten, parken, evenementen en openbaar vervoer moeten plaatsen zijn waar mensen zich vrij kunnen bewegen, overdag én ’s nachts. Toch ervaren veel mensen drempels die hun bewegingsvrijheid beperken. Straatintimidatie, ongewenste opmerkingen, agressie of ander grensoverschrijdend gedrag zorgen ervoor dat mensen routes aanpassen, plaatsen vermijden of zich minder vrij voelen in de publieke ruimte.
Onderzoek toont aan dat grensoverschrijdend gedrag in de publieke ruimte geen uitzondering is. Uit een Belgische bevraging van Plan International België bij jongeren bleek bovendien dat:
- 91 % van de meisjes en 28 % van de jongens tussen 15 en 24 jaar ooit te maken kreeg met straatintimidatie;
- 22 % dit meerdere keren per maand ervaart;
- meer dan een derde bepaalde plaatsen of routes begint te vermijden.
Die cijfers tonen aan dat publieke ruimte niet voor iedereen op dezelfde manier toegankelijk is. Dat heeft gevolgen voor mobiliteit, participatie aan het nachtleven, sociaal contact en het algemene gevoel van vrijheid in de stad.
Een veilige publieke ruimte gaat daarom niet alleen over handhaving, maar ook over cultuur, ontwerp, toegankelijkheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Het recht op de nacht betekent dat iedereen zich welkom en veilig moet kunnen voelen, zonder zich voortdurend te moeten aanpassen aan mogelijke risico’s. Want de nacht is van ons allemaal.