Over de aanstekelijke applausmachine van de Bokslaarstraat

Eerst waren we met twee gezinnen, nu al met vijftien’. Wie Walter kent weet dat mobiliseren en enthousiasmeren een groot deel van zijn  DNA is.

Mieke werkt in Emiliani. Nog geen enkele corona-patiënt, dat mag meer dan een klein mirakel heten. Het beleid in de grote zorginstelling is strikt maar de resultaten ook bijzonder. Als klein gebaar zet ik om tien voor acht wat rabarberconfituur op hun oprit. Dieter slaat het geheel met gelukkige ogen gade.

Greet is er met haar groot rood hart en Thérèse. Mieke vertelt dat ze de perelaar van Fons en Thérèse van stralend bloeiend naar helder groen zag evolueren want ook deze straat is al bezig van half maart. Nu het leven wat stiller staat, worden we erg opmerkzaam voor de natuur en zijn voortdurend in-beweging-zijn.

Agnes en George runnen de Bokmolenhoeve. De taverne is nog potdicht maar kippenverkoop mag wel al. Ik vergat te zeggen dat mijn vrouw in pre-coronatijd twee fraaie stuks kocht en we elke dag gezegend zijn met twee eieren. Ik leer Thais en Finn kennen, Sigrit en Franky bekend om hun pannenkoekkunsten zijn er ook.

Er is een mooi idee in de maak. Als corona achter de rug is zullen Pierre en Johanna een gratis concert voor de straat en bewoners van Emiliani geven op de schapenweide van Walter en Mieke. Johanna heeft bovendien klanken uit Zuid-Afrika in haar mars die ze kan laten vibreren.

Dat is meteen iets om flink naar uit te kijken. 

Stefaan Segaert